Overhemd-tips voor de Nederlandse Man!

Door: CasualSupply


Hoe hoort een overhemd te zitten?

Op de eerste plaats is het belangrijk dat een (over)hemd comfortabel zit. Zodra een overhemd niet prettig zit, zit u de hele dag (onbewust) te corrigeren. Irritatie komt dan snel om de hoek kijken, en voordat u het weet blijft uw mooie overhemd in de kast liggen.

 

Lengte: Een handige tip is om te gaan zitten bij het passen van uw overhemd. Schiet het overhemd uit uw broek? Dit is niet de bedoeling. Mocht u het preciezer willen meten: van onderaan de boordrand tot aan de broekland - plus een extra 30 centimeter. 


Boord: De boord moet netjes aansluiten op uw nek, maar mag ook weer niet te strak zitten. Stop een vinger tussen uw nek en uw boord, als hier nog net ruimte voor is, zit de boord goed.

 

Mouwen: Te lange mouwen staan snel suf, te korte mouwen is helemaal geen gezicht. Zorg ervoor dat wanneer u rechtop staat, met uw handen langs uw lichaam, de mouw precies op uw handpalm valt. Bij een jasje hoort het overhemd ongeveer 2cm onder de jasmouw uit te steken.

 

 

Model: De huidige mode is anders dan die van een aantal jaren geleden. Er worden steeds meer slankere (slimmere) pasvormen gehanteerd. Het overhemd wat onder uw jasje nog lappen stof heeft opgehoopt kan echt niet meer.
Zorg voor een juist aansluitende pasvorm. Let hier op de verschillende pasvormen, slim-fit, getailleerd, normaal, ruimvallend etc. Bij een slank postuur is slim-fit geschikt, bent u wat forser kunt u wellicht voor een ruimere pasvorm kiezen.

 

Stof: Van welke stof moet mijn overhemd zijn gemaakt?
Op een paar zomerse linnen overhemden na, is een overhemd eigenlijk altijd van 100 procent katoen. Het kwaliteitsverschil bij de goedkopere overhemden komt doordat er polyester in deze overhemden is verwerkt.  Het voordeel van die overhemden is dat ze gemakkelijker te strijken zijn, als nadeel is de kwaliteit gewoonweg slechter, en ademt polyester niet, waardoor er sneller getranspireerd wordt.

 

In katoen zit ook nog een hoop verschil. Het kwaliteitsverschil zit hem in de katoendraden. Deze zijn afkomstig van katoenvezels, die in elkaar worden gedraaid tot katoendraden, hoe meer draden, hoe meer glans de stof heeft. In de weving van de katoendraden zit ook verschil. De bekendste wevingen zijn Poplin (de meest eenvoudige, rechttoe-rechtaan), Twill (een diagonaal motief zoals een spijkerbroek, oogt vaak erg chique) en Fil á Fil (waarbij er een witte draad wordt meegenomen in de weving)